Tips van de chef: CROSSWIND take-off en landing

Take-off
Al in de take-off moeten we terdege rekening houden met crosswind, vooral als deze van links komt. Naast het effect van de propeller die een zodanige luchtstroom veroorzaakt dat het vliegtuig naar links wil moet er bij een crosswind van links ook nog eens rekening worden gehouden met het weerhaan effect. Dit dubbele effect kan soms een fors weglopen naar links veroorzaken. Wees daarop bedacht (anticipeer) met druk op het rechter voetenstuur. Houdt het stuur naar links in de wind. Vanuit stilstand eerst vol en geleidelijk minder tot bijna neutraal. Bij het loskomen zal het vliegtuig als vanzelf indraaien voor de opstuurhoek door het iets later loskomen van het up-wind main-gear.
Als het vliegtuig toch een beetje naar links dreigt weg te lopen, onderdruk dan de natuurlijke reactie van stuur naar rechts om met de baan mee te sturen, want die is uiteraard helemààl fout. Je loop dan het risico dat je met vol gas links de baan uitgaat!

Landing
De laatste fase van de nadering, het afronden, uitzweven en afhouden tot de "landing attitude" is bereikt, is voor velen nog steeds een hele opgave. Als er dan ook nog een stevige en gusty crosswind staat wordt het probleem nog gecompliceerder. We zien dan vliegtuigen op de meest vreemde wijze tegen het dek smakken met alle gevolgen van dien. Toch is dat niet nodig. Bij toepassing van de juiste techniek kan er ook met een behoorlijke crosswind netjes worden geland.

Om het probleem goed te doorgronden kunnen we dit als volgt analyseren:

1e Wat willen we ?
Landen op het begin van de baan op de centre-line met de langs-as van het vliegtuig evenwijdig aan de richting van de baan op het moment van "touch-down", zonder enige zijdelingse beweging en met het vliegtuig in de "landing-attitude".

2e Welke factoren zijn van invloed ?
a.Opstuurhoek.
Deze is afhankelijk van de X-wind component en van de vliegsnelheid. Bij afnemende vliegsnelheid wordt de invloed van de crosswind groter. Meestal neemt de windsnelheid dichter bij de grond wat af terwijl de richting dan krimpt (is: tegen de richting van de klok). In de laatste fase van de landing (lagere hoogte en afnemende snelheid) betekent dit bij crosswind van rechts dat de opstuurhoek vrijwel gelijk zal blijven terwijl deze bij crosswind van links juist wat zal toenemen.
b.Effectiviteit van de besturing.
Bij afnemende vliegsnelheid wordt de effectiviteit van de besturing steeds minder. Om het vliegtuig in een bepaalde stand te brengen of te houden zullen de roeruitslagen dus steeds groter moeten worden.
c.Weerhaan effect.
Een vliegtuig op de grond wil steeds met de neus naar de richting van de wind draaien.

3e Hoe kunnen we de doelstelling bereiken ?
De crosswind landing begint eigenlijk al op downwind. Vooral als de wind van de circuitzijde komt moeten we alert zijn. Door rugwind op base-leg is er een risico van te hoog uitkomen op final en van overshoot van de centre-line. Vlieg in dit geval downwind dus op grotere afstand en laat je niet naar de baan toe waaien. Tijdens de laatste bocht moeten we voor wat betreft het opsturen een beetje anticiperen. Dus bij het uitrollen op final direct wat opsturen.
Laten we verder uitgaan van de situatie dat we op final zitten met een gusty crosswind.
De regeling van de daalhoek is normaal namelijk met klappen en vermogen. (Meestal weinig tegenwind!) Bij een harde en/of gusty wind kunnen we beter geen vol klappen geven. De touch-down snelheid is dan hoger. Daarmee bereiken we twee dingen namelijk: -de invloed van de wind is iets minder en -de effectiviteit van de roeren is iets groter.
Verder is het raadzaam om de naderingssnelheid te verhogen met de galve gust-speed. Bijvoorbeeld wind 290/15gusts25, dan finalspeed verhogen met 5 kts (=10/2).
We kiezen een dusdanige opstuurhoek dat we steeds op de centre-line van de baan blijven. De hartlijn van de naderingsverlichting is daar vaak een goed hulpmiddel bij. Als we wegdrijven zo vroeg mogelijk corrigeren en dan de juiste opstuurhoek kiezen. De afronding voor de landing gebeurt op dezelfde hoogte als normaal. Maar als we nu op deze wijze zouden doorgaan dan zouden we aan de grond komen zonder dat de langsas evenwijdig is met de richting van de baan. Een traverserende landing dus. Daarom brengen we met voetenstuur de langsas van het vliegtuig rustig evenwijdig met de baanrichting terwijl we doorgaan met afhouden en uitzweven. Omdat we nog in de lucht zijn zullen we weer door de X-wind worden weggezet (we sturen immers niet meer op). Het gevolg is dan alsnog een traverserende landing maar nu in de richting van de zijkant van de baan. Om dit te voorkomen moeten we een zogenaamde "side-slip" creëren in de richting van de wind en gelijk aan het wegdrijven door de X-wind. Hiertoe rollen we helling aan naar de richting van de wind, terwijl we met het voetenstuur de koers vasthouden. De hoeveelheid helling en voetenstuur moet dusdanig zijn dat we precies opgelijnd blijven met de baanrichting zonder zijdelingse beweging. Dus precies boven de centre-line. {Bij gusty wind vereist dit aktief sturen met handen en voeten. Niet bevriezen! Bij forse crosswind kan soms bijna maximum uitslag van het voetenstuur nodig zijn, gepaard gaand met veel helling. Niet angstig zijn daarvoor; je zult nooit met je wingtip de grond raken!. Oefen eventueel op grotere hoogte boven een rechte weg of water o.i.d.} We blijven dit volhouden tot het vliegtuig in de landing attitude is en dan laten we de kist rustig doorzakken. In deze situatie zal het up-wind hoofdwiel als eerste de baan raken de daarna het andere. Evenals bij een gewone landing komt pas daarna het neuswiel aan de grond. Bedenk wel dat ook tijdens de uitloop moet worden gecorrigeerd voor de crosswind. Door de afnemende snelheid neemt de effectiviteit van de besturing af waardoor we steeds meer aileron moeten geven. Tevens krijgen we te maken met het weerhaan effect als de wielen op de grond staan. Veel vliegers reageren dan alsof ze in een auto zitten met stuur naar rechts als neus naar links gaat en omgekeerd. Wellicht een begrijpelijke reactie, maar wel vreselijk fout. Dit heeft in een vliegtuig juist een averechtse uitwerking. Op de grond houden we de richting vast met voetenstuur en zonodig met remmen. We remmen rustig af tot taxisnelheid en blijven daarbij het stuur in de richting van de wind houden.
Het lijkt allemaal wat gecompliceerd, maar als je de doelstelling vast houd en goed naar buiten op de centre-line van de baan blijft letten, valt het best mee. Reageert het vliegtuig wat heftig op een uitschieter tijdens de landing, probeer dan rustig en juist te reageren. Lukt het niet om het vliegtuig volledig onder controle te houden start dan door en begin opnieuw.
Happy landings.


Freek van Rossum